Hygroscopische stoffen nemen graag water op, ook waterdamp uit de atmosfeer. Daarom worden ze gebruikt als droogmakers, bijvoorbeeld in verpakkingen van elektronische apparatuur. Als ze water hebben opgenomen wordt dat water ingebouwd in de kristallen en blijft die stof vast en heel lang ook droog. De watermoleculen worden ingebouwd in de ionroosters.

Sterk positieve ionen trekken, in watermilieu, de negatieve kanten van de watermoleculen aan, en houden die om zich heen.
Vervolgens veroorzaken ze een afstotende werking tussen het centrale positieve ion en de δ+)ladingen van de H-atomen van de watermoleculen.
De neiging om watermoleculen om zich heen te trekken, naar zich toe te trekken, heet hydratatie
In genoemd voorbeeld is er vervolgens een neiging om H+ af te stoten.
Een oplossing van, bijvoorbeeld ijzer(III)chloride kan op die manier een behoorlijk zure pH verkrijgen.


Er zijn zouten die - ingesloten in het ionrooster - watermoleculen bevatten. Het blijven vaste stoffen, kristallen, maar bezitten watermoleculen en we noemen dit: hydraten.

Voorbeeld: Koper(II)sulfaat pentahydraat; en een ander voorbeeld: calciumchloride; Na2CO3.10H2O = natriumcarbonaat; en vele andere zouten.
Maar ook fosforpentoxide (P2O5) is buitengewoon hygroscopisch, zij het dan dat deze stof niet alleen maar het water opneemt, maar er ook mee reageert.
Als je droog (gedehydrateerd) koper(II)sulfaat hebt, dus zonder kristalwater, dan heeft zo'n stof sterke neiging tot hydratatie (het aantrekken van watermoleculen). Droog koper(II)sulfaat wordt gebruikt om de aanwezigheid van kleine hoeveelheden water in een mengsel te bewijzen. Het nog watervrije koper(II)sulfaat is wit, maar zodra er wat water wordt opgenomen, wordt het lichtblauw van kleur.